Posts tonen met het label The Guardian. Alle posts tonen
Posts tonen met het label The Guardian. Alle posts tonen

maandag, juni 20, 2022

The Guardian maakt beschamend slechte imperialistische staatspropaganda

Dit artikel van Caitlin Johnstone begint met : "The Guardian heeft een lasterstuk gepubliceerd over critici van het imperialistische Syrië-verhaal dat leest als propaganda gemaakt door zevenjarigen zonder toezicht van een volwassene."

Critici van het officiële Syrië - maar ook het 'Russiagate' en het Oekraïne narratief worden in toenemende mate belasterd door The Guardian (maar ook door de voormalige trotskist en tegenwoordig foutlinkse blairite media persoonlijkheid Paul Mason) en opzettelijk en doelbewust ingedeeld bij 'complotgek rechts', als Qanon aanhangers of als crypto-fascist aangeduid, zelfs als het gaat om kwalitatief gedegen journalisten van linkse snit zoals als Max Blumenthal, Aaron Maté en Ben Norton* van b.v. The Grayzone.
(* Ben Norton nam jammer genoeg onlangs afscheid van The Grayzone en gaat nu op eigen kracht verder)

Hier (r) een voorbeeld hoe Paul Mason compleet Alex Jones gaat en allerlei verbanden meent te ontdekken tussen maatschappelijke groeperingen en onze vijanden; Rusland en China.

Extra pijnlijk omdat kort daarvoor, via gelekte emails (opnieuw, "leaked, not hacked") bekend werd dat diezelfde Paul Mason met het Britse Ministerie van Buitenlandse Zaken samenwerkt om "dissidente" mediasites in diskrediet te brengen e/o compleet te vernietigen.
(Overigens corrigeerde The Grayzone een fout; Mason's contact was niet met Amil Khan, maar met
Andy Pryce. Compliment daarvoor).

 

Sinds Aaron Maté (toen nog bij The Real News) Guardian's topjournalist en boekenschrijver Luke Harding onderuithaalde vanwege diens - nimmer onderbouwde - bewering in zijn boek "Collusion: Secret Meetings, Dirty Money, and How Russia Helped Donald Trump Win" dat Trump's toenmalige campagneleider Paul Manafort geheime gesprekken zou hebben gehad met Julian Assange in de Ecuadoraanse ambassade, is het oorlog tussen de krant en Aaron Maté.

De woede bij The Guardian werd alleen maar groter toen Maté door bleef gaan met gedegen journalistiek - waar The Guardian dat keer op keer naliet.

In de hele Syrië oorlog vertegenwoordigde The Guardian fanatiek het anti-Assad kamp en schroomde niet om bewijzen te fabriceren of ronduit leugens te verspreiden. Wie twijfelde aan de goede bedoelingen van de White Helmets werd afgefakkeld. Eenieder die suggereerde dat het "Vrije Syrische Leger" gedomineerd werd door islamistische extremisten voor leugenaar uitgemaakt. Wie het feit bekend maakte dat het OPCW rapport over de gifgasaanval in Douma gemanipuleerd was, of eraan twijfelde dat Brits/Amerikaanse 'interventies' iets anders dan humanitaire bedoelingen hadden, werd (en wordt nog steeds) voor Russische desinformatie verspreider uitgemaakt.

Het waren met name Aaron Maté en The Grayzone (maar ook de gerespecteerde journalist Robert Fisk en oud-Guardian journalist Jonathan Cook deden dat) die hun journalistieke taak serieus namen en het waagden om vraagtekens te zetten bij de propagandistische oorlogsverslaggeving van o.m. The Guardian.

The Guardian voert al een aantal jaren een fanatieke oorlog tegen de journalistiek.
Medewerkers van de krant hebben geen kans onbenut gelaten om tijdens het proces in het VK over uitlevering van Assange aan de VS, zijn persoonlijkheid te beschadigen of zijn beweegredenen in een kwaad daglicht te stellen. Maar ook daarvoor deed de krant dat al. Hier b.v., 11 jaar geleden; Assange [...]"an active  danger to the real seekers of truth". Bron:
The Guardian, 18 Sep 2011, Nick Cohen "The treachery of Julian Assange".

Tijdens een van de zittingen in de ellenlange beroepsprocedure tegen Assange's uitlevering aan de VS werd geciteerd uit (een ander) boek dat Luke Harding schreef i.s.m. David Leigh van The Guardian; 'Inside Julian Assange's War on Secrecy', waarin beiden beweerden dat Assange zich niet bekommerde om de namen van Afghaanse informanten die onthuld zouden kunnen worden door publicatie van de Wikileaks
'Afghan War Diary'. Moeilijk te geloven omdat algemeen bekend is dat Assange onvermoeibaar was in het minutieus weglakken van mogelijk gevoelige informatie.
Saillant detail: Achteraf is gebleken dat diezelfde twee Guardian journalisten verantwoordelijk waren voor publicatie van een wachtwoord dat uiteindelijk leidde tot de niet-geredigeerde publicatie van de documenten.

Alle voortekenen wijzen erop dat deze smerige media-oorlog nog maar net begonnen is. En daar is niemand van ons mee gebaat.


Creative Commons-Licentie
Dit werk valt onder een
Creative Commons Naamsvermelding 4.0 Internationaal-licentie.

maandag, september 21, 2020

Breng mij het hoofd van Assange!



Jonathan Cook vergeleek de vervolging, de marteling en het uitleveringsproces van Assange met een middeleeuwse straf waarbij een afgehouwen hoofd op een staak tentoongesteld werd om anderen te waarschuwen niet hetzelfde vergrijp als de veroordeelde te begaan.


Verwar dit in alsjeblieft niet met met 'fake news' of 'complottheorieën'. Dit is het echte werk. Het enige, échte werk: Feiten en niets anders. Als je trouw het NOS journaal volgt en een 'kwaliteitskrant" als de NRC leest, af en toe eens radio1 beluistert, zou je de indruk kunnen krijgen goed geïnformeerd te zijn. Helaas is het zo dat je terugbladerend niet anders kunt concluderen dan dat je bijzonder vaak verkeerd geïnformeerd blijkt te zijn geweest. Wat wij beschouwen als de waarheid is vaak eerder het product van opiniemakers, nieuwsduiders, deskundigen ('pundits') of een nieuw fenomeen zoals "influencers" dan het werk van simpele 'verslaggevers'.  

Vanwege het grote aantal "fouten" en wat achteraf misleidende informatie bleek, ontstond er groeiende belangstelling voor alternatieve mediabronnen en begon het vertrouwen in de traditionele media af te nemen. Wat Wikileaks onthullingen lieten zien was dat de officiële nieuwskanalen ons net zo vaak voorlogen als een complotventer als Alex Jones. 

Tijd voor een geloofsoorlog 

Om het lezersrespect te heroveren werden er 'factcheckers' bedacht,
bedoeld om geruchten tegen te spreken. Knap wanhopig – als je al een krant runt die de waarheid vermeldt hoef je je niet bezig te houden met het bestrijden van “geruchten”. Excelleer, dat voldoet.

Lezers werden op steeds indringender wijze voorgelicht met journalistieke formules als “Vijf dingen die u moet weten over [...]”. En werd een steeds intensievere strijd gevoerd tegen ongewenste informatie. Speciale units met intrigerende namen als PropOrNot of Hamilton 68Dashboard aangesteld om met McCarthiaanse energie, devotie én waanzin de jacht op "onwaar" internet-nieuws te openen, of firma's als New Knowledge werden aangesteld om mogelijke buitenlandse influencers te ontdekken. 

Soms was deze (meestal heksen-) jacht nog enigszins goed te praten, omdat idiote complot – of pseudowetenschappelijke theorieën wel degelijk enorme maatschappelijk schade kunnen toebrengen. Maar de prangende vraag is: Wie controleert de controleur? In de wetenschap dat de media meer dan eens als spreekbuis van het gezag fungeert is iedere vorm van samenwerking tussen de overheid en de media al bij voorbaat verdacht en besmet.

Wikileaks heeft nog nooit één leugen verteld

Dus wat hier voor ons ligt is van een andere orde: Wat hier gebeurt is een overheids-oorlog tegen absolute feiten die wereldkundig gemaakt worden door mensen en instanties als Wikileaks, Julian Assange, Chelsea Maning, Edward Snowden, Daniel Elsberg, John Kiriakou, Bill Binney, Karen Kwiatkowski, Coleen Rowley, Gary Webb, Katharine Gun, Thomas Drake, de OPCW klokkenluiders en nog vele, vele anderen die een dure prijs moesten betalen voor het openbaren voor het bekendmaken van waarheden. Het vervolgen van waarheidssprekers is een ernstige zaak. En het gebeurt in toenemende mate. En daar zou men zich grote zorgen om moeten maken. Caitlin Johnstone verwoordde hier uitstekend wat er mis is de vervolging van degene die oorlogsmisdaden openbaart:

Waarheidspublicatie in relatie tot staatsbelangen

Dit gaat verder dan de VS alleen: Ieder ontwikkeld land kent een vorm van 1st Amendment: Het recht op vrijheid van meningsuiting, religie en een vrije pers. Dat recht is altijd 'niet absoluut' geweest, d.w.z. er zitten restricties aan verbonden zoals een verbod op haatzaaien en wat de pers betreft mag de staatsveiligheid niet in het geding komen. Stel dat je in oorlog bent en een journalist wil de ligging van vaderlandse wapendepots bekend maken, dan mag de staat ingrijpen. Maar het is niet zo dat de staat naar willekeur mag ingrijpen als er staatsbeschadigende informatie naar buiten wordt gebracht. Het is altijd het schadelijke handelen dat daarvoor verantwoordelijk is en niet degene die dit wereldkundig maakt. Het gaat nog verder: het is de taak van de media (als 'de vierde macht') om dit soort informatie wereldkundig te maken. Als de media zich opstelt als een hoeder, in plaats van een controleur van de staat verzuimt ze haar taken.
 

Tijdens het uitleveringsproces van Julian Assange probeerde de Amerikaanse staat eerst aan te voeren dat Assange geen journalist of uitgever zou zijn. Dat hield geen stand en maakt ook verder niets uit omdat de regels omtrent verspreiding van gevoelige informatie voor burgers of journalisten hetzelfde zijn. Zolang niet aangetoond kan worden dat de Amerikaanse staat, haar burgers of militairen "op missie" in direct gevaar komen door bepaalde onthullingen is men beschermd onder het Eerste Amendement. Dat laatste (het in gevaar brengen bronnen en informanten) werd diverse keren in het verleden al geopperd maar nooit hard gemaakt . Ook nu werd er in de rechtszaal gebakkeleid over het onderwerp en opnieuw wist de aanklager geen letterlijk geval te noemen van schade die was ontstaan door het onverantwoordelijk lekken of publiceren van geheime informatie. Het was Assange zelf die er uiterst zorgvuldig op toe zag dat deze zelfcensuur nauwkeurig werd toegepast, zo getuigde John Goetz, de onderzoeksjournalist die toentertijd bij Der Spiegel werkte, naast de New York Times en The Guardian een van de drie kranten die de 'Iraq War logs' i.s.m. Wikileaks hebben gepubliceerd. De enige niet-geredigeerde documenten die door WikiLeaks werden gepubliceerd, waren documenten die al algemeen beschikbaar waren via de Cryptome-site, dankzij de eigen journalisten van The Guardian die zo onnadenkend waren om de encryptiesleutel bekend te maken.
Getuige John Sloboda, van Iraq Bodycount beweerde zelfs dat Assange overdreven ver ging in het censureren van namen.

De kwalijke rol van The New York Times en The Guardian
 

Schandalig gedrag van de gerespecteerde mainstream media die eerder nauw, maar vooral gejaagd, samenwerkte met Wikileaks om de 'scoop' te kunnen lanceren en die zich nu af heeft gekeerd van Assange omdat er inmiddels alweer andere politiek/strategische belangen op het spel staan.

Ze hielden zich stil toen de aanklager zijn bewijsvoering baseerde op de (antieke) Espionage Act van 1917 (het in bezit hebben en verspreiden van staatsgeheimen) en beweerde dat Assange bijvoorbeeld Chelsea Manning “had aangezet tot spionage”. (Wij weten inmiddels dat dit onwaar is. Manning heeft dit zelf altijd ontkend en liet zichzelf niet vermurwen toen ze opnieuw voor een jaar opgesloten werd omdat ze koppig weigerde haar eerdere bekentenis “toe te lichten” voor een Grand Jury die erop uit was de rol van Assange te benadrukken. Een ander groot probleem bij het aanwenden van de Spionagewet is dat de drie meewerkende kranten; Der Spiegel The Guardian en The New York Times zichzelf schuldig hadden gemaakt aan het onderdeel 'verspreiding' volgens die Spionagewet. Maar het was al snel duidelijk dat zij niet het doelwit van de heksenjacht waren: Men was uit op het hoofd van Assange.

Een speciale Judasrol is weggelegd voor The Guardian.

Wie daar meer over had kunnen vertellen is de Australische journalist Mark Davis die – ondanks zijn aanbod - niet op de getuigenlijst stond. Hij heeft nauw met Assange in 'the bunker' van The Guardian samengewerkt tijdens het uitschrijven van de 'Afghan war logs' en hij heeft publiekelijk bevestigd dat Assange alle namen braaf aflakte terwijl de Guardian redacteurs zich daar niet druk om maakten.

Tijdens het proces werd geopperd dat Assange er een lakse, arrogante houding op na zou houden wat betreft het beveiligen van namen van informanten. Op dag twee van het proces las de aanklager voor uit een boek van Guardian journalisten David Leigh en Luke Harding: 'Wikileaks: Inside Julian Assange's War on Secrecy', waarin de auteurs zeggen dat Assange zich geen zorgen maakte over het onthullen van de namen van informanten, en hij citeerde daarbij uit een passage waarin Assange zou hebben gezegd dat “informanten het verdienden, als ze werden gedood”. Een voorval dat zowel door Assange als John Goetz heftig ontkend wordt en ook niet strookt met het beeld dat uit diverse getuigenverklaringen naar voren komt. Daarnaast heeft Luke Harding getoond eerder gebeurtenissen bij elkaar te fantaseren zoals het nooit bewezen “bezoek” van Trumps toenmalige campagneleider Paul Manafort aan Assange in de Ecuadoraanse ambassade in Londen,
dit is wat Jonathan Cook daarover schreef:


Het gevaar voor de journalistiek in het algemeen

 De welbekende CraigMurray, klokkenluider en activist en dagelijks bezoeker van de hoorzittingen zegt daarover:

Het doel van de eerdere benadering was duidelijk om de media-steun voor Assange te verminderen door hem te onderscheiden van andere journalisten. Het was duidelijk geworden dat een dergelijke aanpak een reëel risico op mislukking met zich meebracht, als kon worden bewezen dat Assange een journalist is, een lijn die voor de verdediging goed begon te werken. Dus nu werd het dat "elke journalist kan worden vervolgd voor het publiceren van geheime informatie", als Amerikaans regeringsstandpunt. Ik heb het sterke vermoeden dat ze hebben besloten dat ze dat vrijelijk, zonder enige terughoudendheid kunnen verkondigen zonder vrees voor reacties vanuit de media, aangezien de media sowieso geen aandacht schenken aan deze hoorzitting.

Als je betekenis van deze woorden laat inzinken besef je misschien dat we dat we qua persvrijheid én journalistieke integriteit het vijf voor twaalf punt al voorbij zijn. 



Creative Commons-Licentie
Dit werk valt onder een Creative Commons Naamsvermelding 4.0 Internationaal-licentie.

zondag, september 23, 2018

Hou een plaatsje vrij op de voorpagina. De reporters worden vermist.

Vertaling van John Pilgers voorwoord bij het boek
PROPAGANDA BLITZ

How the Corporate Media Distort Reality

 

door David Edwards en David Cromwell van MEDIA LENS

De dood van Robert Parry eerder dit jaar voelde als een vaarwel aan het tijdperk van de verslaggever. Parry was "een baanbreker voor onafhankelijke journalistiek", schreef Seymour Hersh, met wie hij veel gemeen had.

Hersh onthulde het My Lai-bloedbad in Vietnam en de geheime bombardementen op Cambodja. Parry bracht Iran-Contra aan het licht, een drugs - en wapenhandel samenzwering die leidde naar het Witte Huis. In 2016 leverden ze onafhankelijk van elkaar overtuigend bewijs dat de Assad-regering in Syrië geen chemische wapens had gebruikt. Het werd hun nooit vergeven.

Verdreven uit de journalistieke goegemeente moet Hersh zijn werk buiten de Verenigde Staten aan de man brengen. Parry richtte zijn eigen onafhankelijke nieuwswebsite Consortium News op, waarin hij in een laatste stuk na een hersenbloeding verwees naar de verheerlijking van "goedgekeurde meningen" door de journalistiek, terwijl "niet-goedgekeurd bewijsmateriaal terzijde wordt geschoven of geminacht, ongeacht de kwaliteit ervan."

Hoewel de journalistiek altijd al min of meer een verlengstuk was van de gevestigde macht, is er de afgelopen jaren iets veranderd. Dissidentie, nog een getolereerd fenomeen toen ik in de jaren zestig toetrad tot een nationale krant in Groot-Brittannië, is teruggevallen tot een metaforische underground, terwijl het liberale kapitalisme zich beweegt richting een vorm van bedrijfsdictatuur. Dit is een seismische verschuiving, waarbij journalisten toezicht houden op het nieuwe 'groepsdenken', zoals Parry het noemde, via het verspreiden van mythen en afleidingen en het achtervolgen van de vijanden daarvan.

Kijk naar de heksenjacht op vluchtelingen en immigranten, het vrijwillig opgeven door de "MeToo" fanatici van onze oudste vrijheid, het 'vermoeden van onschuld' beginsel, het anti-Rusland racisme en de anti-Brexit hysterie, de groeiende anti-China campagne en de onderdrukking van de voorboden van een mogelijke wereldoorlog.

Met veel, zo niet de meeste, onafhankelijke journalisten die verbannen of uitgesloten zijn van de 'mainstream', is een klein hoekje van het internet een toevluchtsoord geworden voor onthulling en op bewijs gebaseerde analyse; ware journalistiek. Sites zoals wikileaks.org, consortiumnews.com, wsws.org, truthdig.com, globalresearch.org, counterpunch.org en informationclearinghouse.com zijn verplichte lectuur voor diegenen die een wereld proberen te begrijpen waarin wetenschap en technologie wonderbaarlijk vooruitgang boeken, terwijl het politieke en economische leven in de angstige 'democratieën' vegeteert achter een media-
façade van een zichzelf bespiegelende uitbundigheid.


In Groot-Brittannië is er slechts één website die onafgebroken, onafhankelijke media-kritiek aflevert. Dit is het opmerkelijke Media Lens - opmerkelijk omdat de oprichters en redacteuren, en tevens de enige schrijvers, David Edwards en David Cromwell, sinds 2001 hun blik niet hebben gericht op de gebruikelijke verdachten, de Tory-pers, maar de lichtende voorbeelden van gerenommeerde liberale journalistiek: de BBC, The Guardian, Channel 4 News.


Hun methode is eenvoudig. Nauwgezet in hun onderzoek zijn ze respectvol en beleefd wanneer ze een journalist vragen waarom hij of zij een dergelijk eenzijdig verslag heeft geschreven, of essentiële feiten heeft verzwegen of in diskrediet geraakte mythen heft gepropageerd.


De antwoorden die ze ontvangen zijn vaak defensief, soms beledigend; sommige zijn hysterisch, alsof door hun werkwijze een beschermde diersoort gevaar loopt.

Ik zou zeggen dat Media Lens de stilte over corporate journalistiek heeft verbrijzeld. Net als Noam Chomsky en Edward Herman in Manufacturing Consent vertegenwoordigen ze een vijfde macht die de macht van de media ontmantelt en van mystiek ontdoet.


Wat vooral interessant is, is dat geen van beiden journalisten is. David Edwards was een leraar, David Cromwell is een voormalig wetenschapper. Maar toch, hun begrip van de moraal van de journalistiek - een term die zelden wordt gebruikt; laten we het echte objectiviteit noemen - is een versterkende kwaliteit van hun online Media Lens-bijdragen. 

Ik denk dat hun werk heroïsch is en ik zou een kopie van hun zojuist gepubliceerde boek, Propaganda Blitz, plaatsen in elke – het bedrijfsleven dienende – journalistieke school en welke is dat niet?

Neem het hoofdstuk “Ontmanteling van het Nationaal Ziekenfonds”, waarin Edwards en Cromwell de kritische rol beschrijven die journalisten speelden in de crisis van de baanbrekende Britse gezondheidszorg.

De NHS (National Health Service) crisis is het product van een politieke en media constructie die bekend staat als “soberheid”, met zijn bedrieglijke wezeltaal van “efficiëntiebesparingen” (de BBC-term voor het afknijpen van overheidsuitgaven) en "harde keuzes" (de opzettelijke vernietiging van het denkbeeld van een beschaafd leven in het moderne Groot-Brittannië).


"Soberheid” is een uitvinding. Groot-Brittannië is een rijk land waarvan de schulden veroorzaakt werden door schurkachtige banken, niet door zijn mensen. De geldmiddelen die de National Health Service comfortabel zouden financieren zijn op klaarlichte dag gestolen door de weinigen die miljarden aan belastingen mochten vermijden en ontduiken.

Gebruik makend van een vocabulaire van zakelijke eufemismen, wordt de door de overheid gefinancierde gezondheidsdienst opzettelijk verziekt door vrije marktfanaten, om de verkoop ervan te rechtvaardigen. De Labour-partij van Jeremy Corbyn lijkt hier misschien tegen te zijn, maar is dat zo? Het antwoord is zeer waarschijnlijk nee. Hierover wordt weinig in de media gezinspeeld, laat staan uitgelegd.

Edwards en Cromwell hebben de uit 2012 stammende 'Gezondheid en Sociale Zorg Wet' ontleed, waarvan de onschadelijke titel de ernstige gevolgen afdekt. Het merendeel van de Britse bevolking beseft niet dat deze wet een einde maakt aan de wettelijke verplichting van Britse regeringen om universele gratis gezondheidszorg te verstrekken: het fundament waarop de NHS na de Tweede Wereldoorlog werd opgericht. Particuliere bedrijven kunnen zich nu naar binnen werken bij de NHS, een voor een.


Waar, vroegen Edwards en Cromwell, was de BBC toen deze gedenkwaardige wet zich een weg baande door het Parlement? Met een wettelijke verplichting om "een brede blik te bieden" en om het publiek behoorlijk te informeren over "kwesties van openbaar beleid", heeft de BBC nooit melding gemaakt van de dreiging waar een van de meest gekoesterde instellingen van de natie tegenover stond. Een BBC-kop luidde: “Wet die de macht bij de artsen legt.” Dit was pure staatspropaganda.

Er is een treffende gelijkenis met de verslaggeving van de BBC over de onwettige invasie van Irak door premier Tony Blair in 2003, waardoor er een miljoen doden vielen en nog veel meer ontheemd raakten. Een onderzoek, uitgevoerd door de Universiteit van Cardiff, Wales, wees uit dat de BBC de regeringslijn “overweldigend” weerspiegelde terwijl rapporten over menselijk lijden vrijwel genegeerd werden . Een Media Tenor-studie plaatste de BBC onderaan een gezelschap van westerse omroepen, gerekend naar de tijd die ze schonk aan tegenstanders van de invasie. Het veelgeroemde 'principe' van onpartijdigheid van het bedrijf kwam niet eens im frage. 

Een van de meest veelzeggende hoofdstukken in 'Propaganda Blitz' beschrijft de lastercampagnes van journalisten tegen dissidenten, politieke non-conformisten en klokkenluiders. De campagne van The Guardian tegen de oprichter van WikiLeaks, Julian Assange, is de meest verontrustende.
Assange, wiens epische WikiLeaks onthullingen beroemdheid brachten, journalistieke prijzen en overvloed aan de Guardian, werd opgegeven toen hij niet langer bruikbaar was. Hij werd vervolgens slachtoffer aan een van de meest vulgaire en laffe reeks aanvallen die ik ooit tegenkwam.

Zonder een cent aan WikiLeaks af te dragen, leidde een gehypet Guardian-boek tot een lucratieve Hollywood-filmdeal. De auteurs van het boek, Luke Harding en David Leigh, beschrijven Assange zonder enige aanleiding als een “beschadigde persoonlijkheid” en als “hardvochtig”. Ze onthulden ook het geheime wachtwoord dat hij in vertrouwen aan de krant had gegeven, en bedoeld was om een digitaal bestand met Amerikaanse ambassade mails te beschermen.


Nu Assange vastzit in de Ecuadoraanse ambassade, staat Harding buiten, tussen de politie, zich op zijn blog te verkneukelen dat “Scotland Yard misschien als laatste zal lachen”.

De columniste van de Guardian, Suzanne Moore, schreef: “Ik neem aan dat Assange zich vol zit te proppen met met geplette cavia's, hij is echt een absolute mega drol.”

Moore, die zichzelf beschrijft als een feministe, klaagde later dat ze, na Assange aangevallen te hebben, “laaghartige beschimpingen” over zich heen had gekregen. Edwards en Cromwell schreven haar: "Dat is echt jammer, sorry om dat te horen, maar hoe zou jij iemand uitmaken voor 'een absolute mega drol' dan noemen? Laaghartige beschimping?

Moore antwoordde dat nee, dat zou ze niet, en voegde eraan toe: 'Ik zou je willen adviseren om te stoppen met zo verdomd betuttelend te zijn.'
Haar voormalige Guardian-collega James Ball schreef: “Het is moeilijk voor te stellen hoe de ambassade van Ecuador in Londen moet ruiken sinds de meer dan vijf en een half jaar dat Julian Assange daar is ingetrokken.

Dergelijke stompzinnige kwaadaardigheid verscheen in een krant die door haar redacteur, Katharine Viner, omschreven wordt als “bedachtzaam en vooruitstrevend”. Wat is de oorzaak van deze wraakzucht? Is het jaloezie, een perverse erkenning dat Assange meer journalistieke primeurs heeft gescoord heeft dan zijn sluipschutters in een mensenleven op kunnen bogen? Is het dat hij weigert “een van ons” te zijn en diegenen ten schande maakt die de onafhankelijkheid van de journalistiek al lang hebben verraden?

Journalistieke studenten zouden dit moeten bestuderen om te begrijpen dat de bron van “nepnieuws” niet alleen trolisme is, of soorten van Fox-nieuws, of Donald Trump, maar een journalistiek die zichzelf de valse status heeft aangemeten van respectabiliteit: een liberale journalistiek die claimt de strijd aan te gaan tegen staatsmacht maar, in werkelijkheid, het behaagt en beschermt, en ermee samenspant. De amoraliteit van de jaren van Tony Blair, die de Guardian niet heeft kunnen rehabiliteren, is de echo ervan.

"[Het is] een tijdperk waarin mensen smachten naar nieuwe ideeën en nieuwe alternatieven," schreef Katharine Viner. Haar politieke columnist Jonathan Freedland wees het verlangen van jongeren af die het bescheiden beleid van Labour-leider Jeremy Corbyn steunden, als “een vorm van narcisme”.

“Hoe kwam deze man ...”, tetterde Zoe Williams van de Guardian, “überhaupt op een verkiesbare plek terecht?” Een koor van bij de krant werkende, bijdehandse kippen-zonder-kop kakelden geestdriftig mee, waarna ze beurtelings in hun eigen zwaard vielen toen Corbyn dichtbij de winst kwam tijdens de algemene verkiezingen in 2017, ondanks de media.
 

Complexe verhalen worden getransformeerd tot een sekte-achtige formule van partijdigheid, geruchten en verzwegen feiten: Brexit, Venezuela, Rusland, Syrië. Wat Syrië betreft hebben hier alleen de onderzoeken van een groep onafhankelijke journalisten tegenwicht kunnen bieden, waarmee het netwerk van Anglo-Amerikaanse steun aan jihadisten in Syrië werd onthuld, inclusief die met betrekking tot ISIS.


Ondersteund door een “psyops”-campagne gefinancierd door het Britse Ministerie van Buitenlandse Zaken en het Amerikaanse Agentschap voor Internationale Hulp (USAID), is het doel om het Westerse publiek te misleiden en de omverwerping van de regering in Damascus te versnellen, ongeacht dat dit een terugkeer naar de middeleeuwen met zich meebrengt en het risico van oorlog met Rusland.
  

De “Syria Campaign”, opgezet door een PR-bureau in New York, “Purpose”,
financiert een groep die bekend staat als de Witte Helmen, die zich ten onrechte de naam "Syria Civil Defence" hebben aangemeten en die kritiekloos op tv-nieuws en sociale media worden gepresenteerd, waarbij de slachtoffers van bombardementen lijken te worden gered; acties die ze zelf filmen en bewerken, hetgeen de kijkers nooit te horen zullen krijgen. George Clooney is een fan.


De Witte Helmen zijn aanhangsels van de jihadisten met wie zij adressen delen. Hun mediagenieke uniformen en apparatuur worden geleverd door hun westerse broodheren. Dat hun heldendaden niet in twijfel worden getrokken door grote nieuwsorganisaties, is een indicatie van hoe diep de invloed van – door de staat gesteunde - PR in de media nu al gevorderd is. Zoals Robert Fisk onlangs opmerkte, schrijft geen enkele "mainstream" verslaggever schrijft over Syrië, vanuit Syrië.

In een tendentieus artikel, werd een journalist van de Guardian uit San Francisco, Olivia Solon, die nog nooit Syrië heeft bezocht, in de gelegenheid gesteld om het onderbouwde onderzoekswerk van de journalisten Vanessa Beeley en Eva Bartlett over de Witte Helmen te besmeuren als “online gepropageerd door een netwerk van anti-imperialistische activisten, complottheoretici en trollen met de steun van de Russische regering”.


Dit misbruik werd gepubliceerd zonder een enkele correctie toe te staan, laat staan een recht op wederwoord. De Guardian-reactiepagina werd geblokkeerd, zoals vastgesteld werd door Edwards en Cromwell. Ik zag de lijst met vragen die Solon naar Beeley stuurde, die klinkt als een McCarthy-achtig aanklachtformulier: "Werd je ooit uitgenodigd in Noord-Korea?"

Zoveel van de mainstream is naar dit niveau afgedaald. Subjectivisme is alles; Slogans en verontwaardiging zijn bewijs genoeg. Alles draait om “de perceptie”.


Toen hij de Amerikaanse bevelhebber in Afghanistan was, noemde generaal David Petraeus de missie waar hij mee bezig was “een perceptieoorlog ... uitgevoerd met de onafgebroken hulp van de nieuwsmedia". Wat er echt toe deed, waren niet de feiten, maar de manier waarop het verhaal in de Verenigde Staten het dééd. De niet met name genoemde vijand was, zoals altijd, een geïnformeerd en kritisch publiek thuis.

Er is niets veranderd. In de jaren zeventig ontmoette ik Leni Riefenstahl, de filmmaakster voor Hitler, die het Duitse publiek met propaganda wist te betoveren

Ze vertelde me dat de “boodschappen” van haar films niet afhankelijk waren van “orders van bovenaf”, maar van de “onderdanige leegheid” van een ongeïnformeerd publiek.

“Viel de liberale, hoger opgeleide klasse daar ook onder?” Heb ik haar gevraagd.

“Iedereen,” zei ze. “Propaganda wint altijd, als je het toestaat.”





Creative Commons-Licentie
Dit werk valt onder een Creative Commons Naamsvermelding 4.0 Internationaal-licentie.